Wachttijdondersteuning: er gebeurt veel, er kan veel, maar er moet ook nog veel gebeuren

Wachttijdondersteuning kan voorkómen dat de situatie van de cliënt verslechtert en de motivatie voor een behandeling afneemt. Door tijdens de wachttijd al een relatie te leggen met bijvoorbeeld hulp vanuit het sociaal domein, kan de totale behandeltijd ook korter worden. Adviesbureau SiRM heeft in opdracht van de landelijke stuurgroep wachttijden de behoefte aan en het aanbod van wachttijdondersteuning in kaart gebracht én daarbij handvatten opgesteld waarmee zorgaanbieders snel aan de slag kunnen. “Sommige tips zijn heel simpel toe te passen, daar kun je zo mee aan de slag. Er gebeurt in Nederland al veel op dit gebied, maar er zijn grote verschillen in hoe instellingen wachttijdondersteuning aanbieden. Regio’s kunnen veel van elkaar leren,” zegt onderzoeker Geraline Boonzaaijer.

 

Verwijzers en GGZ-aanbieders kunnen cliënten en naasten tijdens het wachten onder meer ondersteuning bieden door middel van eHealth, hulplijnen of ondersteunende gesprekken. In het rapport staan adviezen hoe wachttijdondersteuning verbeterd kan worden, zowel op lokaal, regionaal als landelijk niveau. Drie concrete adviezen, die in het rapport verder worden onderverdeeld in aanvullende tips: Voorzie cliënten, naasten, verwijzers en GGZ-professionals van informatie. Bied cliënten hulp en ondersteunende gesprekken, eventueel van buiten de GGZ en: Monitor klachten en wees bereikbaar voor vragen.

 

De landelijke stuurgroep wachttijden is blij met het rapport. Nic Vos de Wael, beleidsadviseur bij patiëntenorganisatie MIND en lid van de stuurgroep: “Het belang van goede wachttijdondersteuning blijkt wel uit dit rapport. Er staan hele concrete voorstellen in hoe organisaties, zowel lokaal, regionaal als landelijk, hiermee verder kunnen gaan. Daarnaast is er ook aandacht voor de kwaliteit van wachttijdbegeleiding, namelijk dat je ook breder moet kijken dan alleen naar het behandeldoel. Dat er aandacht voor is, als iemand bijvoorbeeld hulp nodig heeft bij ondersteuning in het gezin of bij het werk.”

 

 

Voor betere wachttijdondersteuning zijn zeven activiteiten nodig van lokale en regionale partijen

Voor betere wachttijdondersteuning zijn zes activiteiten nodig van landelijke partijen

 Duidelijk maken wie verantwoordelijk is voor cliënt tijdens aanmeldwachttijd

Het rapport heeft ook aandacht voor de juridische, bekostigings- en organisatorische randvoorwaarden voor een bredere inzet van wachttijdondersteuning. Als eerste prioriteit moet volgens SiRM landelijk worden vastgesteld wie in welke fase van de aanmeldwachttijd (in het rapport wordt onderscheid gemaakt met de behandelwachttijd) verantwoordelijk is: de verwijzer (veelal de huisarts) of de ontvangende partij (de GGZ-aanbieder). Geraline Boonzaaijer: “Beide partijen denken van elkaar dat de ander verantwoordelijk is. Voor een cliënt is het nu niet duidelijk bij wie hij terecht kan tijdens de wachttijd tussen de verwijzing en de intake bij een GGZ-aanbieder. Naar wie kan hij bellen, wie moet bereikbaar zijn, wie biedt hem wachttijdondersteuning? Duidelijkheid daarover kan veel rust geven bij de cliënt. Daarom zou het goed zijn als de betrokken partijen hierover snel afspraken gaan maken, in overleg met de IGJ (inspectie).” Nic Vos de Wael geeft aan dat de landelijke stuurgroep dit snel wil oplossen: “We gaan dit voorleggen aan de partners binnen het Hoofdlijn Akkoord (HLA) voor de GGZ. De partijen moeten hierover afspraken maken, zodat voor de cliënt helder wordt wie verantwoordelijk is.”

 

Wachttijdoverbrugging is ook bij korte wachttijden belangrijk

Wachttijdoverbrugging blijft relevant, ook zonder lange wachttijden. Geraline Boonzaaijer: “Door al tijdens de wachttijd een link te leggen met ondersteuning die aangeboden wordt vanuit het sociaal domein, kunnen mensen ook al geholpen zijn. Bijvoorbeeld als iemand veel schulden heeft. Dat geeft veel stress. Door daar al aan te gaan werken en onder andere de stress te verminderen, kan de behandeltijd mogelijk verkort worden.” Nic Vos de Wael beaamt dat goede wachttijdondersteuning altijd van belang is, ook bij korte wachttijden, maar: “Het beste is natuurlijk dat je als cliënt niet hoeft te wachten.”

 

Meer informatie over de inhoud van het rapport:

 

Geraline Boonzaaijer, onderzoeker SiRM - 06 34 94 44 78 en geraline.boonzaaijer@sirm.nl

Maarten Cozijnsen, onderzoeker SiRM -  06 21 41 63 64 en maarten.cozijnsen@sirm.nl

 

 

 

29 mei 2019