PLENAIRE PRESENTATIES


Verslag staatssecretaris Blokhuis

We staan als land aan de mondiale top als het gaat om geestelijke gezondheidszorg. Daardoor willen mensen in ons land graag behandeld worden voor de problemen die zij ervaren. Dit leidt echter tot wachttijden. Deze zijn onacceptabel; het betreft mensen in psychische nood die hulp nodig hebben. Het oplossen van de wachttijden in de GGZ is een gezamenlijke opgave, die we dienen te benaderen vanuit een gezamenlijk belang.

 

Om de wachttijden te verminderen heeft het ministerie al een aantal maatregelen genomen, zoals het verhogen van het aantal opleidingsplaatsen tot o.a. GZ-psycholoog. Helaas heeft dit pas op langere termijn effect. Daarom moeten er op korte termijn meerdere dingen gebeuren:

 

— Zorgverzekeraars moeten een actievere rol aannemen in wachttijdbemiddeling.

— Aanbieders met een lange wachttijd moeten actief naar andere aanbieders, met een kortere wachttijd, verwijzen.

— De regeldruk is te hoog en moet in overleg met de Nederlands Zorgautoriteit (NZa) aangepast worden om onder andere (door)verwijzen eenvoudiger te maken voor aanbieders.

— Aanbieders dienen met de NZa of het Kwaliteitsinstituut te overleggen om de eisen omtrent regiebehandelaarschap te versoepelen.

— Ervaringsdeskundigen moeten meer ingezet worden.

— Er moet meer regionale samenwerking plaatsvinden, hiertoe dienen in alle regio’s regionale taskforces worden ingericht.

— E-Health dient ingezet te worden om zorg eerder of sneller af te kunnen bouwen. Een succesvol voorbeeld hierbij is Rintveld kliniek van Altrecht.

 

Om de aanpak van de wachttijden succesvol te maken moet iedereen verantwoordelijkheid nemen voor dit gezamenlijke probleem en dient iedereen verder te kijken dan zijn of haar eigen tuin.

Verslag presentatie Andersson Elffers Felix (Paul Wijga)

De overgang van forensische zorg naar reguliere zorg moet beter georganiseerd worden. Het is een proces waarbij de regie voor zorg ontbreekt en onvoldoende goed wordt samengewerkt om de overgang voor te bereiden. Hierdoor vallen mensen tussen wal en schip en dat kan voor deze patiëntengroep betekenen dat er risico’s ontstaan voor hun eigen veiligheid en voor die van anderen. AEF heeft een groot aantal knelpunten in beeld gebracht bij de overgang tussen beide stelsels. De drie belangrijkste knelpunten die zijn geïdentificeerd zijn:

 

1. Er is geen samenhangend ambulant traject met oog voor de risico’s voor deze patiënten.

2. Er is gebrekkige beschikbaarheid van beveiligde bedden buiten het forensisch kader, waarbij het ook nog eens moeilijk is om patiënten op te nemen in forensische instellingen zonder forensische verplichting.

3. Er is onvoldoende doorstroom naar woonvoorzieningen.

 

Ministeries en veldpartijen hebben deze knelpunten onderkend en met elkaar afgesproken om tot een ketenveldnorm te komen om de eerste twee problemen op te lossen. In de ketenveldnorm wordt een levensloopfunctie uitgewerkt; behandeling, begeleiding en ondersteuning op alle levensgebieden voor mensen met een (hoog) risico op gevaarlijk en ontwrichtend gedrag waarbij oog is voor de specifieke risico’s die daarbij gelden.

 

Naast een ambulante aanpak worden in de ketenveldnorm afspraken gemaakt over de vorm en beschikbaarheid van beveiligde intensieve zorg. Vanuit de levensloopfunctie is dat één van de klinieken waar naar kan worden opgeschaald als dat nodig is.

De ketenveldnorm wordt momenteel inhoudelijk en bestuurlijk afgerond. Implementatie moet rond zijn op 1 januari 2020.

Download
Presentatie Andersson Elffers Felix
Presentatie AEF def.pdf
Adobe Acrobat document 1.5 MB

Presentatie Trimbos instituut (Hans Kroon)

Hoewel het aantal klinische behandelingsplaatsen gestaag afneemt, neemt het aantal ambulante behandelplaatsen niet gelijktijdig toe. Het Trimbos instituut heeft middels interviews met de integrale GGZ-aanbieders en grote zorgverzekeraars uitgezocht waar dit aan ligt. Ondanks de boodschap uit de wachtlijstbrief van juli 2017 waar in staat dat aanbieders concrete, integrale plannen op moeten stellen voor het verhogen van het ambulante aanbod, heeft pas ruim 20% van de aanbieders een dergelijk plan opgestuurd. Dit komt o.a. doordat de timing van de brief niet aansloot op de onderhandelingsperiode tussen de aanbieders en de verzekeraars: deze werd in juli verstuurd, de periode waarin aanbieders hun offertes reeds indienen bij de zorgverzekeraars.

 

Het effect van de ambulantiseringsstrategie, waarbij uit het oog van kostenbeheersing de klinische behandelplaatsen ingeruild worden voor ambulante plaatsen, is dat met name de goedkope opnames verdwijnen. Hierdoor stijgt de gemiddelde ‘beddenprijs’. Door substitutie van zorg van de specialistische-GGZ naar basis-GGZ en/of de POH-GGZ bij de huisarts, stijgen de kosten van de S-GGZ. Zodoende is het effect op kostenbeheersing beperkt. In dit veld speelt ook het zorginkoopspel een rol. Hierin wordt een aantal trends waargenomen: er is een groeiend vertrouwen tussen zorgaanbieders en -verzekeraars; om het financiële risico voor een instelling te beperken worden meerjarenafspraken gemaakt; de meerderheid van de aanbieders is tevreden met de gemaakte afspraken en cliënten of naasten worden meer betrokken bij de onderhandelingen.

 

Concluderend kan gesteld worden dat er een discrepantie is tussen de landelijk gemaakte afspraken en de praktijk, dat de arbeidsmarktproblematiek een belangrijke rol speelt en dat het belangrijk is om binnen de regionale keten samen te werken en begrip te hebben voor elkaars problemen en belangen.

Download
Presentatie Trimbos Instituut (Hans Kroon)
Presentatie Trimbos DEF.PDF
Adobe Acrobat document 851.1 KB

Verslag KPMG (Karin Lemmens)

Wachttijden zijn een complex probleem waarvoor een eenduidige oplossing ontbreekt. De problemen omtrent wachttijden worden op drie niveaus aangepakt: zowel op instellings-, regionaal en landelijk niveau. Het doel van de regionale taskforces is het ontwikkelen van een structurele en integrale aanpak van wachttijden op regionaal niveau. Binnen de regio wordt vervolgens gekeken naar problemen omtrent in-, door- en uitstroom. Hiertoe wordt een gezamenlijk gesprek opgestart dat zichzelf ook in stand houdt als KPMG niet meer aanwezig is als procesbegeleider. De partners in dit gesprek zijn GGZ-instellingen, vrijgevestigde aanbieders, gemeenten, verzekeraars, huisartsen, cliënten en naasten. De taskforces gaan aan de slag met de meest urgente problematiek in hun regio. Bij het benutten van lessen uit één regio in andere regio’s moet elke keer de vertaalslag gemaakt worden naar de nieuwe regio: omdat elke regio anders is, is er helaas geen one-size-fits-all oplossing.

Download
Presentatie KPMG
Presentatie KPMG Def.pdf
Adobe Acrobat document 3.1 MB

Boodschap vanuit Zorgverzekeraars Nederland, GGZ Nederland en MIND

De wachttijden in de GGZ zijn een groot probleem. Iedere patiënt die langer dan noodzakelijk en verantwoord moet wachten op geestelijke gezondheidszorg is er één te veel. Daarom hebben GGZ Nederland, MIND, ZN en VWS afspraken gemaakt om de wachttijden tot onder de Treeknormen te brengen. Bekostiging van oplossingen is niet het enige probleem dat ons hierbij in de weg staat: we moeten ook creatiever zijn in het zoeken naar oplossingen en meer commitment tonen. Bij alles wat we ondernemen om de wachttijden te verminderen is het belangrijk om best practices uit te wisselen en om te allen tijde de patiënt voorop te stellen. Omdat het niet gaat over een tijdelijk probleem, moet ook niet in tijdelijke oplossingen gedacht worden. We streven daarom naar een robuust systeem dat om kan gaan met vraagveranderingen. Om in de huidige situatie wachtlijstbemiddeling effectiever te maken is een betere uitwisseling van informatie over wachttijden noodzakelijk. We zien op dit moment duidelijk dat regio’s waar een taskforce is opgezet het beter doen qua wachttijden dan de regio’s waar dit niet het geval is: alleen op basis van samenwerking kan de wachtlijstproblematiek worden opgelost.

Paneldiscussie Guus van Weelden, GGZ Breburg; Marieke Verlee, CZ; Simone de Bruijn, Cliëntenraad GGZ Breburg

Wachttijden zijn een veelkoppig probleem om aan te pakken. De laatste jaren is de oorzaak van het probleem verschoven: het betreft niet meer een financieel probleem, maar een personeelsprobleem. De vraag naar zorg is toegenomen. Belangrijke lessen: verschillende aanbieders in de regio moeten betrokken worden om gezamenlijk de problemen aan te pakken. Het cliëntenperspectief moet al tijdens de contracteringsfase meegenomen worden. MIND moet de cliëntenraden motiveren en verzekeraars moeten cliëntenraden meer waarderen en benutten.