Het gaat om de patiënt, om de mens

Deze week werd mijn aandacht gevraagd voor de situatie van een jongeman van 21 jaar die al een jaar op de wachtlijst staat voor een behandeling van PTSS. Dat hij ook autistisch is, maakt het volgens de behandelaren complex. Een jaar wachten is een schrijnend voorbeeld van de gevolgen van lange wachttijden in de ggz.

 

In het algemeen weten we dat als iemand lang moet wachten op een behandeling, het van kwaad tot erger kan gaan. Mensen krijgen schulden, verliezen hun baan, krijgen relatieproblemen. Als wethouder in Apeldoorn heb ik dat zien gebeuren.

 

Het terugdringen van wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg is daarom een van de speerpunten van mijn beleid. Mensen met psychische aandoeningen moeten eenvoudig en snel toegang hebben tot de juiste zorg. Wachttijden van vier maanden of nog langer zijn onacceptabel. Het gaat om de patiënt, om de mens.

Dat de wachtlijsten korter moeten, vinden alle betrokken partijen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Daarom is dit opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord ggz.

 

Samen werken we er hard aan om de complexe en hardnekkige problematiek van de wachttijden aan te pakken. Er zijn vele oorzaken, zoals een tekort aan behandelcapaciteit of een slechte verdeling daarvan. De samenwerking in de regio laat te wensen over, er wordt inefficiënt op- en afgeschaald en er is krapte op de arbeidsmarkt. Ook is de informatievoorziening voor de wachtende cliënt onvoldoende. Wat bijvoorbeeld de informatievoorziening betreft, hebben we vorig jaar al een belangrijke stap in de goede richting gezet met de website www.kiezenindeggz.nl.

 

Deze problemen kunnen we niet alleen landelijk aanpakken. Dat moet vooral regionaal gebeuren. Door samen te werken op regionaal niveau kunnen we de wachttijden terugdringen en maatwerk leveren aan mensen met psychische problemen.

 

De stuurgroep wachttijden geeft aan dat een aantal regio’s al op de goede weg is. Samenwerking leidt er al toe dat de gemiddelde wachttijd binnen de Treeknormen is gekomen. Ik zie goede initiatieven, zoals doorverwijzen naar collega-aanbieders, de inzet van e-health (bijvoorbeeld beeldbellen) en de inzet van ervaringsdeskundigen voor overbruggingszorg. Dat biedt perspectief en inspiratie voor de regio’s waar het beter kan en moet.

 

Eind 2018 berichtte de NZa dat voor drie hoofddiagnosegroepen de wachttijden nog langer zijn dan de veertien weken van de Treeknormen. Een verbetering ten opzichte van de zomer van 2018 toen nog bij zeven groepen sprake was van een overschrijding. Maar we zijn er nog niet, vooral bij de aanmeldingswachttijden is nog veel te winnen.

 

En we mogen ons natuurlijk niet blindstaren op gemiddelde wachttijden. De uitschieters naar boven blijven daarmee buiten beeld. En een individu met een grote zorgvraag heeft natuurlijk niets aan een ‘keurig’ gemiddelde. Hetzelfde geldt voor die patiënt die vanwege een complexe zorgvraag veel moeite heeft de juist zorgaanbieder te vinden.

 

Duidelijk is wel dat we met de inzet van een regionale aanpak, veel kunnen doen om de wachttijden terug te dringen. Daarvoor is de inzet van alle betrokken partijen een vereiste. Ik roep dan ook iedereen op er samen de schouders onder te zetten en alles uit de kast te halen wat nodig is om te zorgen dat mensen met psychische problemen tijdig de juiste zorg krijgen.

Mijn grote wens is dat we het dan binnenkort kunnen hebben over een neerwaartse bijstelling van de Treeknormen. Want ook veertien weken wachten is nog steeds heel erg lang.

 

Paul Blokhuis

 

Paul Blokhuis is staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

 

10 april 2019