BLOG: Wachtenden, wachttijden en verwachtingen

 

Laatst heb ik gepoogd een overzicht te krijgen van GGZ-wachttijden in de afgelopen decennia. Dat viel niet mee. Soms gaat het over ‘wachtenden’, dan over ‘wachttijden’, en dan weer over ‘wachttijden boven de Treeknorm’. Wie wel eens in de praktijk met een wachtlijst te maken heeft gehad, weet dat het ook in instellingen niet anders is. Dat geldt overigens voor iedere wachtlijst: terwijl er door rekenaars geteld wordt, gaan de wachtenden gewoon door met hun leven.

 

Zo bleek wel toen een ervaren collega en ik jaren geleden een ‘wachtlijst’-groep wilden starten. De lijst voor ons team ‘persoonlijkheidsstoornissen’ was lang, maar weinigen in ons team hadden het gevoel het contact met hun huidige cliënten vlot te kunnen afsluiten. Voor een groepsaanpak was, eufemistisch, ook niet veel enthousiasme dus onze collega’s waren heel dankbaar dat wij ons opwierpen.

 

We hadden geen diep doordacht plan maar gelukkig was mijn collega een wijs mens: we moesten de groep zeker geen ‘wachtlijst’-groep noemen, want dan zou er óf niemand komen, óf de deelnemers zouden de groepsbijeenkomsten gebruiken om te wachten op wat komen ging. Het werd dus iets als ‘voorbereidingsgroep’, al weet ik de precieze naam niet meer. We hielden het praktisch – mijn collega was van oudsher maatschappelijk werker en ik verpleegkundige – met een compact programma en vooral gesprekken over praktische dingen. Gezond eten, slaap hygiëne, rust inbouwen voor jezelf gedurende een dag, allemaal tamelijk veilige maar niet onbelangrijke onderwerpen.

 

De groep werd een groot succes. Althans: de bijeenkomsten waren behoorlijk interactief en ook leuk. De bezoekersaantallen vielen echter tegen, dat moet gezegd. We belden de wachtlijst af en hoorden dat veel mensen al ‘iets anders hadden’ of ‘niet meer zo nodig hoefden’. Een aantal konden we ook gewoon niet bereiken, niet per telefoon en niet per brief – zij bleven gewoon op de wachtlijst. Er waren er, hoewel niet zo veel, die niets met een groep wilden – ook zij bleven op de lijst. En er waren mensen die naar onze groep kwamen. Ook daarvan hadden een aantal het na een paar keer wel gezien en besloten het erbij te laten. En enkele anderen stroomden door naar een individuele behandeling.

 

De groep werd dus eerder een groot fiasco. Na ongeveer vijf à tien bijeenkomsten was de club zo klein geworden dat we in goed overleg besloten ermee te stoppen. Hadden we niet de juiste toon getroffen, of hadden we dat juist wel? Ook de wachtlijst hadden we vakkundig om zeep geholpen. Prettig voor het team en de cijfers van onze organisatie, maar of een ‘verdwenen’ wachtlijst nu een succes of een fiasco? Dat wisten we toen niet en ook nu nog niet. Door tijdgebrek (u weet wel – die individuele caseload!) hebben we het nooit goed uitgeplozen.

 

Eén ding weet ik wel zeker: een wachtlijst is – ondanks haar afwachtende naam – een zeer dynamisch fenomeen. Elke paar weken de mensen op de wachtlijst even bellen kan een hoop positiefs doen met verwachtingen, zowel bij de mensen óp als áchter de wachtlijst.

 

Bauke Koekkoek

5 december 2018 

 

Dr. Bauke Koekkoek is lector Psychiatrische Zorg bij de HAN, crisisdienstverpleegkundige, epidemioloog en auteur van ''Verward in Nederland''. Hij promoveerde in de sociale wetenschappen.